ECLI:NL:RVS:2021:2729
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 juni 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 november 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 3 december 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de vreemdeling opvang en verstrekkingen ontvangt gedurende deze periode. De staatssecretaris is veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels in aanwezigheid van griffier N. Tibold.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.