ECLI:NL:RVS:2021:273
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke dwangsom gehandhaafd wegens voortdurende overtredingen kwaliteitseisen kinderopvang
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde aan Stichting Ludens lasten onder dwangsom op voor vijf kinderopvanglocaties vanwege overtredingen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Na verbetering bij vier locaties werden de lasten ingetrokken, maar voor één locatie, [kinderopvanglocatie 1], handhaafde het college de dwangsom wegens voortdurende overtredingen van de beroepskracht-kindratio (BKR) en de groepsindeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van Stichting Ludens tegen deze dwangsom ongegrond. Stichting Ludens stelde in hoger beroep dat de lasten preventief waren opgelegd, onvoldoende concreet waren omschreven, het handhavingsbeleid onvoldoende gedifferentieerd was en dat de invordering van de dwangsom onrechtmatig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de lasten niet preventief waren maar gebaseerd op recidive en voortdurende overtredingen. De lasten waren duidelijk en concreet geformuleerd, het handhavingsbeleid bood voldoende differentiatie en was niet onredelijk. De invordering van de dwangsom was echter verjaard, waardoor het hoger beroep tegen de invordering niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond voor zover het de dwangsom betreft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de invordering van de dwangsom is niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring, en het hoger beroep tegen de dwangsom zelf is ongegrond verklaard.