Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2021 in de zaken tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
[A]en
[B], te [plaats]
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
[A]en
[B], te [plaats]
Inleiding
OverwegingenBeroep tegen het bestreden besluit 1 geregistreerd onder zaaknummer UTR 20/3889
Grondslag van het bestreden besluit
Het geschil
Is er sprake van een overtreding?
Is er sprake van inbreuk op artikel 1 van Pro het EVRM
Heeft eiser (een deel van) zijn woning aan derden verhuurd?
Beginselplicht tot handhaving
Is er sprake van bijzondere omstandigheden?
Beroep tegen het bestreden besluit 2 geregistreerd onder zaaknummer UTR 21/2634
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen de invordering van de dwangsom van
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.498,-