ECLI:NL:RVS:2021:2737
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek en tegenstrijdige verklaringen
De vreemdeling vroeg een verblijfsvergunning asiel aan, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris wees de aanvraag opnieuw af. De vreemdeling stelde dat zij gevaar liep in Iran vanwege haar biseksualiteit en een arrestatiebevel.
De staatssecretaris achtte de biseksuele geaardheid geloofwaardig, maar niet de daaruit voortvloeiende problemen. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan en het standpunt ondeugdelijk had gemotiveerd. De vreemdeling had tegenstrijdige verklaringen gegeven over haar vertrek uit Iran, wat de staatssecretaris aannemelijk achtte.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet voldoende was ingegaan op de uitleg van de vreemdeling over haar tegenstrijdige verklaringen en dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom die tegenstrijdigheden doorslaggevend waren. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris vernietigd, en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak en het besluit vernietigd, de zaak terugverwezen en de staatssecretaris veroordeeld tot proceskostenvergoeding.