ECLI:NL:RVS:2021:28
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 23 november 2020 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 december 2020 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen vier weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en dat de belangen van beide partijen in aanmerking genomen moesten worden.
Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen totdat het hoger beroep is beslist.