ECLI:NL:RVS:2021:2803
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 13 mei 2019 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling ongegrond bij uitspraak van 9 februari 2021. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat gelet op de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend is, waarbij wordt bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 14 december 2021 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij tevens de griffier aanwezig was.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.