ECLI:NL:RVS:2021:2804
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 augustus 2020 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 december 2020 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de zitting op 17 augustus 2021 werden partijen gehoord, waaronder een vertegenwoordiger van VluchtelingenWerk Nederland. De Raad van State heeft in haar overwegingen verwezen naar een gelijktijdige uitspraak over detentieomstandigheden van Dublinclaimanten in Malta, die ook relevant was voor deze zaak.
De Raad van State oordeelde dat de grieven van de staatssecretaris falen omdat het eerdere besluit ondeugdelijk was gemotiveerd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.