ECLI:NL:RVS:2021:2833
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. ten Veen
- J. Gundelach
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Emmerikseweg 1-5 wegens onredelijke uitsterftermijn
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij tussenuitspraak van 26 mei 2021 de raad van de gemeente Montferland opgedragen de gebreken in het bestemmingsplan Emmerikseweg 1-5 te herstellen. Het geschil betrof met name de termijn van de uitsterfregeling die in het plan was opgenomen. De Afdeling oordeelde dat de termijn van drie maanden, met een beperkte verlengingsmogelijkheid tot maximaal twaalf maanden, te kort en onvoldoende afgestemd was op verschillende situaties, wat in strijd was met artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
Naar aanleiding van deze tussenuitspraak stelde de raad een herstelbesluit vast waarbij de termijn werd aangepast naar twaalf maanden. Lidl Nederland GmbH, appellant in deze zaak, maakte gebruik van haar zienswijzerecht en stemde in met het herstelbesluit. De Afdeling besloot daarom geen nadere zitting te houden en sloot het onderzoek.
De Afdeling oordeelde dat het beroep van Lidl gegrond was en vernietigde het oorspronkelijke besluit voor zover het de artikelen 3.3.2 en 4.3.2 van de planregels betrof. Tevens werd de gemeente Montferland veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van Lidl, inclusief kosten van deskundigen en griffierecht, omdat de kosten redelijk waren en verband hielden met de gegrond verklaarde beroepsgrond over de uitsterfregeling.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige en evenwichtige regeling van termijnen in bestemmingsplannen en benadrukt de verplichting van bestuursorganen om gebreken in besluiten te herstellen conform rechterlijke aanwijzingen.
Uitkomst: Het beroep van Lidl is gegrond verklaard, het bestemmingsplan is vernietigd voor de relevante artikelen en de gemeente is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.