ECLI:NL:RVS:2021:2873
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen en toekenning opvang
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 31 mei 2021 aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdelingen hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 4 november 2021 deze beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld. De vreemdelingen verzochten om te voorkomen dat zij worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 21 december 2021 door voorzieningenrechter C.J. Borman, in aanwezigheid van griffier S.P.M. Zwinkels. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.