ECLI:NL:RVS:2021:2874
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake uitstel van vertrek vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 januari 2021 een aanvraag van een vreemdeling om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag vernietigde echter dit besluit op 9 november 2021 en bepaalde dat de staatssecretaris uitstel van vertrek moest verlenen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de uitspraak van de rechtbank direct uitgevoerd zou worden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en besloot daarom de voorlopige voorziening toe te kennen.
Hierdoor hoeft de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 21 december 2021 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.