ECLI:NL:RVS:2021:2904
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag Nederlands paspoort wegens ontbreken DNA-onderzoek vaderschap
Op 21 december 2018 dienden de ouders van de toen minderjarige appellant namens hem een aanvraag in voor een Nederlands paspoort. De vader is sinds 2011 genaturaliseerd Nederlander, de moeder heeft de Guineese nationaliteit. De minister van Buitenlandse Zaken nam de aanvraag niet in behandeling en verklaarde het bezwaar ongegrond omdat het biologisch vaderschap niet binnen een jaar na erkenning met een DNA-onderzoek was aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht handelde en dat het biologisch vaderschap niet was aangetoond volgens de wettelijke vereisten. Appellant voerde aan dat het vaderschap in een vreemdelingenrechtelijke procedure was vastgesteld en dat hij het biologisch vaderschap daarmee had aangetoond, en dat er bijzondere omstandigheden waren die het ontbreken van het DNA-onderzoek rechtvaardigden.
De Raad van State oordeelde dat het DNA-onderzoek verplicht is volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap en het Besluit DNA-onderzoek vaderschap, en dat de vreemdelingenrechtelijke procedure niet hetzelfde bewijsniveau heeft. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die konden leiden tot een uitzondering op de verplichting tot DNA-onderzoek. Het hoger beroep is daarom ongegrond en de beslissing van de minister wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een Nederlands paspoort wegens het ontbreken van een DNA-onderzoek dat het biologisch vaderschap aantoont.