ECLI:NL:RVS:2021:294
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af bij besluit van 16 september 2019, aangevuld op 28 januari 2020. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 11 januari 2021 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden zolang het hoger beroep loopt, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 12 februari 2021 door de voorzieningenrechter H.J.M. Baldinger, waarbij de griffier M.E.E. Wolff aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.