ECLI:NL:RVS:2021:2940
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Almelo over nadeelcompensatie wegens omzetderving
Het geschil betreft een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almelo van 22 januari 2019, waarin een verzoek om nadeelcompensatie wegens omzetderving werd afgewezen. Appellanten, ondernemers uit Almelo, stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college niet zonder nadere motivering op het advies van een derde partij mocht afgaan en gaf het college opdracht de gebreken te herstellen.
Het college heeft echter niet binnen de gestelde termijn van twaalf weken na de tussenuitspraak van 8 september 2021 de gebreken hersteld, noch een verzoek om verlenging ingediend. De Afdeling verklaart daarom het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit. Het college wordt opgedragen binnen negen weken een nieuw besluit te nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, maximaal €15.000.
Daarnaast bepaalt de Afdeling dat tegen het nieuwe besluit alleen bij haar beroep kan worden ingesteld en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten van appellanten, inclusief het griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 december 2021.
Uitkomst: Het besluit van het college van Almelo wordt vernietigd en het college krijgt een termijn met dwangsom om een nieuw besluit te nemen.