ECLI:NL:RVS:2021:2944
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 18 juni 2020 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 16 november 2021 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 22 december 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en waarborgt dat de vreemdeling gedurende de procedure niet wordt geconfronteerd met uitzetting. De uitspraak benadrukt het belang van het waarborgen van de rechtspositie van vreemdelingen in hoger beroep procedures.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.