ECLI:NL:RVS:2021:2960
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding na onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 19 augustus 2021 aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 8 september 2021 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep gegrond was, mede op basis van een recente uitspraak over voortvarend handelen bij grensdetentie. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling werd gegrond verklaard.
Omdat de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van €4.300,00 voor de periode van 28 augustus tot en met 9 oktober 2021. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.496,00 voor rechtsbijstand tijdens het hoger beroep.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en kent de vreemdeling een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.