ECLI:NL:RVS:2021:2961
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toekenning schadevergoeding bij vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 19 augustus 2021 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, welke het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep gegrond was, mede op basis van een recente uitspraak over voortvarend handelen in grensdetentie. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Omdat de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. Wel werd aan de vreemdeling een schadevergoeding van € 1.200 toegekend over de periode van 28 augustus tot en met 8 september 2021. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 1.496, volledig toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter E. Steendijk en leden C.C.W. Lange en B. Meijer, in aanwezigheid van griffier M.T. Annen, op 22 december 2021.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.