ECLI:NL:RVS:2021:2962
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 10 november 2020 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 december 2020 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich onder meer op een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in een uitspraak van 12 mei 2021. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 december 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.