ECLI:NL:RVS:2021:2968
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake niet-behandeling asielaanvragen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 5 november 2021 besloten om aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag verklaarde deze besluiten op 15 december 2021 gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat uitvoering van de uitspraak van de rechtbank geen onomkeerbare gevolgen heeft en geen onevenredige inspanning vergt van de staatssecretaris. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de staatssecretaris moet de uitspraak van de rechtbank uitvoeren.