ECLI:NL:RBDHA:2021:14245
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging Dublin-besluiten wegens ontoereikende opvangvoorzieningen in Cyprus
Eisers, Syrische echtgenoten, vroegen in Nederland asiel aan, maar verweerder weigerde behandeling op grond van de Dublinverordening, stellende dat Cyprus verantwoordelijk is. Nederland had een verzoek tot overname bij Cyprus gedaan, dat dit bevestigde.
Eisers betoogden dat de opvang in Cyprus ontoereikend is en zij risico lopen op vernederende of onmenselijke behandeling. Zij onderbouwden dit met recente rapporten en informatie van VluchtelingenWerk en een e-mail van de ELENA-coördinator over een verslechterde situatie door een grote instroom van asielzoekers.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel geldt, maar dat dit kan worden doorbroken bij aannemelijk gemaakte risico's op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Gezien de actuele informatie is de opvangsituatie in Cyprus zorgelijk en verslechterd, met onvoldoende opvangcapaciteit en ontoereikende faciliteiten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat eisers adequaat zullen worden opgevangen en dat zij niet in een onmenselijke situatie terechtkomen. Daarom zijn de beroepen gegrond, worden de besluiten vernietigd en moet verweerder binnen zes weken nieuwe besluiten nemen. Tevens is verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de Dublin-besluiten en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen vanwege ontoereikende opvang in Cyprus.