ECLI:NL:RVS:2021:2970
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang en verstrekkingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 november 2021 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24 december 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling moet vergoeden, welke volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is bedoeld om de vreemdeling te beschermen tegen uitzetting voordat het hoger beroep inhoudelijk is behandeld, en waarborgt tevens de toegang tot opvang en verstrekkingen gedurende deze periode.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.