ECLI:NL:RVS:2021:2974
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 3 juni 2021 aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen afgewezen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 9 november 2021 de beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 24 december 2021 besloten om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit houdt in dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdelingen, ter hoogte van € 748,00, moet vergoeden, welke kosten zijn gemaakt voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze beslissing volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak, waarbij in vergelijkbare zaken voorlopige voorzieningen worden getroffen om onomkeerbare gevolgen te voorkomen zolang het hoger beroep loopt. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter Baldinger en griffier Zwinkels.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.