ECLI:NL:RVS:2021:2981
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in afwachting hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 maart 2020 het verzoek van de vreemdeling om uitstel van vertrek af. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank Den Haag dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris handhaafde het afwijzende besluit op 11 oktober 2021, waarna de vreemdeling opnieuw beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij werd vastgesteld dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet totdat op het hoger beroep van de staatssecretaris en het beroep van de vreemdeling was beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze uitspraak volgt de lijn van eerdere jurisprudentie en waarborgt dat de vreemdeling niet wordt uitgezet tijdens de procedure, met het oog op een zorgvuldige rechtsgang en bescherming van de belangen van de vreemdeling.
De uitspraak werd op 24 december 2021 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter H.J.M. Baldinger, in aanwezigheid van griffier M.E. van Laar LLM.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep en het beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.