ECLI:NL:RVS:2021:299
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 22 oktober 2020 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 12 januari 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht gelijktijdig om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Hierbij is overwogen dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Tevens zijn de belangen van zowel de staatssecretaris als de vreemdeling meegewogen.
Op grond hiervan is besloten het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. De staatssecretaris is niet verplicht gesteld om proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 15 februari 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat niet aannemelijk is dat de rechtbankuitspraak zal worden vernietigd.