ECLI:NL:RVS:2021:3003
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.P.M. van Ravels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Weigering bestemmingswijziging beheerderswoning naar burgerwoning nabij recreatiepark Putten
De appellant kocht in 2000 een woning op een perceel dat grenst aan het recreatiepark De Eyckenhoff te Putten. De woning was bestemd als beheerderswoning binnen het 'Veegplan Westelijk Buitengebied' met een recreatieve bestemming. De appellant vroeg om een omgevingsvergunning voor tijdelijk bewonen en verzocht de gemeente de bestemming te wijzigen naar burgerwoning, wat werd geweigerd.
De gemeente stelde dat het gebruiksovergangsrecht niet van toepassing was omdat de woning niet onafgebroken als burgerwoning werd gebruikt sinds de peildatum 3 november 1977. De Raad oordeelde dat de appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van continu burgerbewoning en dat de verleende tijdelijke vergunning niet automatisch het overgangsrecht uitsluit.
Verder werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen omdat er geen toezeggingen of gedragingen van de overheid waren die een gerechtvaardigde verwachting konden scheppen dat de woning als burgerwoning zou worden bestemd. De belangenafweging van de gemeente om het recreatiepark niet te beperken en het woon- en leefklimaat te waarborgen werd als redelijk en voldoende gemotiveerd beoordeeld.
Ten slotte werden de aangevoerde vergelijkbare gevallen niet als gelijkwaardig erkend. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep ongegrond en de appellant mag tot 2029 in de woning verblijven op grond van de tijdelijke omgevingsvergunning.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering om de woning als burgerwoning te bestemmen is ongegrond verklaard.