Uitspraak
Datum uitspraak: 8 juli 2020
BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State
Bij besluit van 4 oktober 2018 stelde de raad van Putten het bestemmingsplan Veegplan Westelijk Buitengebied vast, een herziening van eerdere plannen uit 2014 en 2016. Diverse appellanten, waaronder eigenaren van woningen en bedrijven, stelden beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht de beroepen en oordeelde dat het plan voor het grootste deel rechtmatig is vastgesteld. Echter, voor de woning aan de [locatie 2] en de inwoning op het perceel van [appellant sub 5] is het plan niet zorgvuldig voorbereid en strijdig met artikel 3:2 en Pro 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De raad heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze woningen als tweede bedrijfswoning of zonder inwoning zijn bestemd, terwijl het gebruik en vergunningen anders aangeven.
De Afdeling vernietigt het plan voor deze onderdelen en draagt de raad op binnen 26 weken een nieuwe planregeling vast te stellen voor de woning aan de [locatie 2]. Voor de overige beroepen, onder meer van Sauna Drôme en andere bewoners, is het beroep ongegrond verklaard. De raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan enkele appellanten. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige belangenafweging en motivering bij bestemmingsplannen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt deels vernietigd voor woningen aan twee locaties en de raad wordt opgedragen een nieuwe planregeling vast te stellen.