ECLI:NL:RVS:2021:3021
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en besluit inzake ingebrekestelling omgevingsvergunning
Appellant diende op 4 september 2018 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de bestemming in strijd met het bestemmingsplan in Stellendam. Het college berichtte dat de aanvraag niet volledig was en verlengde de beslistermijn tot 3 januari 2019. Bij besluit van 2 januari 2019 wees het college de aanvraag af. Appellant stelde een ingebrekestelling op 27 februari 2019 wegens het niet tijdig bekendmaken van een omgevingsvergunning van rechtswege.
Het college stelde dat er geen sprake was van een omgevingsvergunning van rechtswege en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de brief van het college van 27 februari 2019 geen besluit is in de zin van de Awb, omdat een ingebrekestelling geen aanvraag is en de reactie daarop geen besluit inhoudt. Het college en de rechtbank gingen ten onrechte uit van het tegendeel. Het hoger beroep en het beroep bij de rechtbank worden gegrond verklaard, het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. De Afdeling verklaart het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk en stelt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Het college moet de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak en besluit vernietigd, bezwaar tegen brief niet-ontvankelijk verklaard.