ECLI:NL:RVS:2021:3023
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing exploitatievergunning seksbedrijf Groningen en exploitantbegrip
De burgemeester van Groningen wees op 10 augustus 2017 een aanvraag van appellant om een vergunning voor een seksbedrijf af, omdat appellant volgens hem geen exploitant was in de zin van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009 (APVG 2009). Appellant exploiteert sinds 2009 een seksbedrijf en huurt de panden van een derde partij. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en herroept het primaire besluit, waarbij appellant geacht werd een vergunning te hebben tot zes weken na het besluit.
De burgemeester en appellant stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant wel exploitant is, omdat hij de ramen verhuurt en de exploitatie voor zijn rekening en risico is, ondanks dat hij een vaste huur aan de pandeigenaar betaalt. De burgemeester had onvoldoende gemotiveerd waarom appellant geen exploitant zou zijn. De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis dat het primaire besluit herroept en bevestigde het overige. Het hoger beroep van appellant werd niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling bepaalde dat appellant geacht wordt een exploitatievergunning te hebben tot zes weken na het besluit op bezwaar, zodat de vergunningaanvraag inhoudelijk nog beoordeeld kan worden. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevat een uitgebreide toelichting op het begrip exploitant volgens de APVG 2009 en de relevante artikelen die eisen stellen aan de exploitatie van seksbedrijven.
Uitkomst: Appellant is exploitant; het primaire besluit wordt niet herroepen, het hoger beroep van appellant is niet-ontvankelijk.