ECLI:NL:RVS:2021:321
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.E.M. Polak
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over ontbreken gezagsverhouding bij boete Arbeidstijdenwet
De minister van Infrastructuur en Waterstaat legde [wederpartij], een vennootschap onder firma, een boete op wegens het niet voeren van een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden van een vennoot, op grond van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet (Atw). Dit vanwege het ontbreken van M-bestanden van motorvoertuigen die door de vennoot werden gebruikt.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het boetebesluit, omdat niet was vastgesteld dat er een gezagsverhouding bestond tussen de vennootschap en de vennoot. De minister stelde in hoger beroep dat de vennootschap wel als werkgever moest worden aangemerkt en verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling van 27 augustus 2014.
De Raad van State oordeelt dat de minister onvoldoende heeft onderzocht of er een gezagsverhouding bestond. De eerdere uitspraak betreft situaties waarin niet bekend is wie de bestuurders waren, wat hier niet aan de orde is. De vennootschap kan niet zonder meer als werkgever worden aangemerkt als alleen een vennoot werkzaamheden verricht. Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht. De zaak is behandeld samen met twee andere samenhangende zaken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.