ECLI:NL:RVS:2021:33
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor beschoeiing in strijd met bestemmingsplan
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Oostzaan om een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een beschoeiing op zijn perceel. Appellant stelde dat de beschoeiing reeds was vergund en dat het college onterecht de vergunning had geweigerd.
De Raad van State overwoog dat uit de aanvraag voor de bouw van een woning niet blijkt dat ook een vergunning voor de beschoeiing was gevraagd. De vergunning aan een projectontwikkelaar betrof een andere locatie. Verder is de watervergunning van het Hoogheemraadschap niet gelijk aan een omgevingsvergunning en het college is niet gebonden aan het besluit van het Hoogheemraadschap.
Appellant voerde aan dat het college niet juist had getoetst aan het juiste bestemmingsplan, maar de Raad van State volgde het college dat de grens van het bestemmingsplan samenvalt met de oorspronkelijke oeverlijn. De beschoeiing ligt daardoor binnen het bestemmingsplan "Buitengebied Oostzaan" en is in strijd met de bestemming "Agrarisch met waarden".
Het college heeft gemotiveerd geweigerd de vergunning te verlenen vanwege het belang van het behoud van het verkavelingspatroon en de watergangen. De Raad van State vond dat het college binnen zijn beleidsruimte heeft gehandeld en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de beschoeiing vanwege strijd met het bestemmingsplan.