ECLI:NL:RVS:2021:357
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 11 november 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 februari 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling de mogelijkheid had om tot uiterlijk 12 maart 2021 grieven in te dienen en dat de termijn nog niet was verstreken. Daarom werd bij wijze van ordemaatregel bepaald dat de vreemdeling niet uitgezet zal worden totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H. Troostwijk, waarbij de griffier M.W. Schippers aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen uitzetting gedurende de procedure van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.