Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
einduitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [geboortedag] 1996, van Afghaanse nationaliteit, eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 5 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), gelezen in verbinding met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw. Verweerder wijst erop dat al op 7 augustus 2016 een terugkeerbesluit is uitgevaardigd en dat ook een inreisverbod is opgelegd, die nog steeds van kracht zijn.
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 2.244,-.