ECLI:NL:RVS:2021:359
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 16 oktober 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling hiertegen op 27 januari 2021 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om niet-uitzetting en het verkrijgen van opvang en verstrekkingen gegrond was, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457). Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 24 februari 2021 door voorzieningenrechter H. Troostwijk.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.