ECLI:NL:RVS:2021:37
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.C.M.A. Michiels
- G.T.J.M. Jurgens
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep staatssecretaris tegen beschikking ernst en spoed PFOS-verontreiniging Soesterberg
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht nam op 6 mei 2019 een beschikking ernst en spoed op grond van de Wet bodembescherming voor de voormalige vliegbasis Soesterberg vanwege PFOS-verontreiniging in bodem en grondwater. De locatie was sinds 2009 eigendom van de provincie Utrecht, daarvoor in gebruik door Defensie. De staatssecretaris van Defensie stelde beroep in tegen deze beschikking uit vrees voor financiële gevolgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris geen belanghebbende is bij het besluit omdat het beroep uitsluitend namens zichzelf was ingesteld en niet namens de Staat, die het financiële belang draagt. Het besluit wijst niet aan wie verantwoordelijk is voor de sanering, en een saneringsbevel kan later aan de Staat worden opgelegd. De staatssecretaris heeft geen rechtstreeks belang bij het besluit, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is.
De Afdeling benadrukte dat het belang van bestuursorganen alleen wordt erkend indien zij een wettelijk toevertrouwd belang hebben en dat de staatssecretaris en de Staat niet als identiek worden beschouwd zonder duidelijke aanwijzingen. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de staatssecretaris van Defensie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang bij het besluit.