ECLI:NL:RVS:2021:38
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende bewijs registratie rij- en rusttijden chauffeurs
De minister van Infrastructuur en Waterstaat legde op 24 juli 2018 een bestuurlijke boete van € 20.500,- op aan [appellante] wegens het niet deugdelijk registreren van rij- en rusttijden van chauffeurs [chauffeur 1] en [chauffeur 2]. De boete was gemaximeerd vanuit een totaal van € 136.400,-. [appellante] maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna de rechtbank het beroep deels gegrond verklaarde en de boete beperkte.
In hoger beroep betoogde [appellante] dat zij de registratieplicht niet had voor de ritten van [chauffeur 2] in voertuigen die op dat moment door een ander bedrijf waren ingehuurd. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit betoog ten onrechte niet had meegewogen. Uit overgelegde facturen en verklaringen bleek dat de voertuigen en ritten niet aan [appellante] toebehoorden, ondanks dat de registratie op haar naam stond.
De Raad concludeerde dat onvoldoende is komen vast te staan dat [appellante] de overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet heeft begaan. Daarom werd het boetebesluit vernietigd, het besluit van 24 juli 2018 herroepen en bepaald dat [appellante] geen boete hoeft te betalen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het boetebesluit en bepaalt dat [appellante] geen boete hoeft te betalen.