ECLI:NL:RVS:2021:422
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging terugkeerbesluit wegens onvoldoende onderbouwing verdenking winkeldiefstal
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 9 juni 2017 aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het terugkeerbesluit vernietigde. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft in haar beoordeling aansluiting gezocht bij het arrest E.P. van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin is bepaald dat een verdenking van het plegen van een strafbaar feit in principe voldoende kan zijn om het verblijf in de vrije termijn te beëindigen. Echter, in deze zaak heeft de staatssecretaris onvoldoende inzicht gegeven in de criteria op grond waarvan het verblijf onmiddellijk beëindigd zou moeten worden.
De enkele omstandigheid dat de vreemdeling is gedagvaard voor winkeldiefstal is onvoldoende om te concluderen dat het verblijf onmiddellijk moet eindigen. De Afdeling oordeelt daarom dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het terugkeerbesluit bevestigd.