ECLI:NL:RVS:2021:43
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.W.M. Bijloos
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking jachtakte en wapenverlof wegens onbetrouwbaarheid houder
Appellant, lid van een schietvereniging, had van 1 april 2018 tot 31 maart 2019 een jachtakte en wapenverlof. Op 19 september 2018 trok de korpschef deze met spoed in wegens het niet langer kunnen toevertrouwen van wapens en munitie aan appellant, gebaseerd op een opvallend aantal wapenmutaties in het vuurwapenvergunningensysteem.
Appellant voerde aan dat de Officier van Justitie had aangegeven geen strafvervolging in te stellen wegens onvoldoende bewijs en dat zijn aan- en verkoopgedrag geen financieel gewin betrof maar hobby. Daarnaast stelde hij dat de korpschef en minister het verbod van détournement de pouvoir hadden geschonden. De minister en korpschef stelden dat geringe twijfel aan het verantwoord zijn van de vergunning voldoende was voor intrekking, onderbouwd met proces-verbaal stukken.
De Raad van State oordeelde dat het opvallende aantal wapenmutaties, het korte bezit van wapens en de verkoop aan handelaren ruimte creëerden voor twijfel aan de betrouwbaarheid van appellant. De brief van de Officier van Justitie deed hieraan niet af omdat bestuursrechtelijke maatstaven lager liggen dan strafrechtelijke. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, en het betoog over détournement de pouvoir werd verworpen.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat de intrekking terecht was en dat het belang van de veiligheid in de samenleving zwaarder woog dan het belang van appellant bij zijn hobby. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de jachtakte en het wapenverlof van appellant wordt bevestigd wegens het niet langer kunnen toevertrouwen van wapens en munitie.