ECLI:NL:RVS:2021:467
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning vreemdeling wegens onvoldoende belangenafweging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 februari 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit van 15 februari 2017 en beval de staatssecretaris de vergunning te verlenen met ingang van 30 april 2019.
De rechtbank motiveerde haar oordeel onder meer met het bestaan van familieleven tussen de vreemdeling en referent en haar ex-man, en het belang van de vreemdeling om in Nederland te blijven. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank onterecht zelf een belangenafweging maakte en de staatssecretaris opdroeg een vergunning te verlenen. De Raad benadrukte dat het aan de staatssecretaris is om, mede gelet op de onduidelijkheden over de identiteit van de vreemdeling en de verdenkingen van kinderontvoering, nader onderzoek te doen en een belangenafweging te maken. De uitspraak van de rechtbank werd daarom vernietigd voor zover deze het besluit herroept en de vergunning oplegt.
De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar tegen het oorspronkelijke afwijzingsbesluit. De Raad bevestigde het overige deel van de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze de vergunning oplegt en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.