ECLI:NL:RVS:2021:483
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens gebruik benzodiazepinen
Appellant, die niet-aangeboren hersenletsel heeft en diazepam gebruikt, kreeg van het CBR een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid opgelegd en zijn rijbewijs geschorst. Na onderzoek verklaarde het CBR het rijbewijs ongeldig, omdat diazepam volgens de Regeling eisen geschiktheid 2000 tot rijongeschiktheid leidt.
De rechtbank vernietigde het besluit over het onderzoek vanwege een motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het gebruik van diazepam op zichzelf rijongeschiktheid veroorzaakt. Appellant stelde dat het gebruik van de medicatie niet doorslaggevend mocht zijn en dat zijn aandoening nader onderzocht moest worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBR gebonden is aan de Regeling eisen geschiktheid 2000 en dat gebruik van benzodiazepinen uit categorie III, waaronder diazepam valt, ongeschiktheid tot gevolg heeft. Het neurologisch onderzoek dat appellant geschikt achtte, kon dit oordeel niet wijzigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het rijbewijs van appellant blijft ongeldig verklaard vanwege het gebruik van diazepam.