ECLI:NL:RVS:2021:5
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding eigen bijdrage kinderopvang wegens ontbreken alleenstaande ouder status
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees de aanvraag van appellante voor vergoeding van de eigen bijdrage voor kinderopvang over de eerste maanden van 2016 af, omdat zij zich niet gedroeg als een alleenstaande moeder die gescheiden leeft van haar ex-echtgenoot. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij onvoldoende bewijs aanleverde dat zij alleenstaand was.
Appellante voerde aan dat zij sinds 2012 gescheiden leeft, dat haar ex op een ander adres woont en dat zij later wel alleenstaande ouder was. Ook stelde zij dat zij wilde meewerken aan een huisbezoek, maar dat dit niet mogelijk was vanwege haar afwezigheid en het overvallen gevoel. De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij alleenstaande ouder was. De plaatsingsovereenkomsten van de kinderopvang stonden op naam van haar en haar ex, en zij weigerde mee te werken aan het huisbezoek dat noodzakelijk was om haar woonsituatie te onderzoeken.
De Raad concludeerde dat het besluit van het college zorgvuldig was voorbereid en deugdelijk gemotiveerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding eigen bijdrage kinderopvang bevestigd.