ECLI:NL:CRVB:2016:793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor babyuitzet wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een babyuitzet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Groningen werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde of de kosten noodzakelijk waren en voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden. Hoewel de kosten zich voordeden en noodzakelijk waren, oordeelde de Raad dat de omstandigheden van appellante, waaronder onverwachte zwangerschap, schulden en een gewijzigde bijstandsnorm, niet als bijzondere omstandigheden konden worden aangemerkt. Het niet melden van een gezamenlijke huishouding leidde tot terugvordering en boete, maar dit was appellante zelf toe te rekenen.
Verder werd geoordeeld dat schulden en het ontbreken van reserveringsruimte niet via bijzondere bijstand kunnen worden gecompenseerd. Appellante had bovendien geld geleend voor noodzakelijke babyspullen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor de babyuitzet wordt bevestigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.