ECLI:NL:RVS:2021:501
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens psychiatrische ongeschiktheid na medisch onderzoek
Appellant kreeg op basis van een mededeling van de politie een medisch onderzoek opgelegd vanwege vermoedens van onvoldoende rijvaardigheid en geestelijke geschiktheid. Na een psychiatrisch onderzoek door het Bureau Rijbewijskeuringen werd vastgesteld dat appellant een psychotische stoornis NAO en een persoonlijkheidsstoornis NAO heeft, waardoor hij niet rijgeschikt is.
Het CBR verklaarde het rijbewijs ongeldig en wees bezwaren van appellant af. De rechtbank bevestigde dit besluit, stellende dat appellant onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om twijfel te zaaien over het deskundigenrapport. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk rijgeschikt is en overhandigde een tegenrapport van een andere psychiater, maar dit rapport betrof een latere datum en bood onvoldoende concrete aanknopingspunten om het eerdere oordeel te weerleggen.
De Raad van State oordeelt dat het CBR terecht het oorspronkelijke rapport heeft gevolgd en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs mag handhaven. Appellant kan bij een gunstige wijziging van zijn toestand opnieuw een rijbewijs aanvragen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt bevestigd.