ECLI:NL:RVS:2021:503
Raad van State
- Herziening
- H.C.P. Venema
- E. Steendijk
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening uitspraak over handhaving en overbewoning pand Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om herziening van haar uitspraak van 14 augustus 2019. In die uitspraak werd het hoger beroep van het college tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland gegrond verklaard, het besluit van het college van 23 februari 2018 vernietigd en het besluit van 22 september 2016 herroepen. Het college stelde dat een zelfstandige hogerberoepsgrond over de overbewoning van het pand aan de Lomanlaan 103 te Utrecht niet was beoordeeld.
De Afdeling overwoog dat herziening alleen mogelijk is op grond van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Het betoog van het college over overbewoning werd niet als zodanig aangemerkt en is feitelijk een vermeende rechterlijke misslag, wat geen grond is voor herziening. De Afdeling beoordeelde inhoudelijk het betoog over overbewoning en concludeerde dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat er sprake was van overbewoning volgens artikel 7.18, eerste lid, van het Bouwbesluit, omdat de berekening van gebruiksoppervlakte en woonfunctie onduidelijk was.
Daarom was het college niet bevoegd om handhavend op te treden. Dit leidt niet tot een andere uitkomst dan de eerdere uitspraak. Het verzoek tot herziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak over handhaving wegens overbewoning wordt afgewezen.