ECLI:NL:RVS:2019:2761
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit over gebruik pand Lomanlaan 103 te Utrecht voor huisvesting arbeidsmigranten
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde de Stichting Volkshuisvesting Utrecht een last onder dwangsom op om het illegale gebruik en de overbewoning van het pand Lomanlaan 103 te Utrecht te beëindigen. De Stichting voerde aan dat het pand rechtmatig werd gebruikt voor kamergewijze bewoning van arbeidsmigranten, terwijl het college stelde dat sprake was van een logiesfunctie die niet was toegestaan.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van de Stichting gegrond en vernietigde het handhavingsbesluit. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de zienswijze van de Stichting een aanvraag om een omgevingsvergunning bevatte, waardoor een vergunning van rechtswege zou zijn verleend.
De Afdeling stelde vast dat het college onvoldoende had aangetoond dat het pand werd gebruikt voor logies en niet voor kamergewijze bewoning. De omstandigheden wezen niet overtuigend op een logiesfunctie. Daarom was het college niet bevoegd om handhavend op te treden. Het hoger beroep van het college werd verworpen, het beroep van de Stichting gegrond verklaard, en de handhavingsbesluiten vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de Stichting.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wordt in hoger beroep in het ongelijk gesteld en het handhavingsbesluit vernietigd.