ECLI:NL:RVS:2021:546
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.W.M. Bijloos
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens schending hoor en wederhoor
Bij besluit van 26 april 2020 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was vanaf 6 mei 2020, mede omdat de staatssecretaris niet op de zitting verscheen en niet kon reageren op de verklaring van de vreemdeling over zijn quarantaine.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het niet verschijnen voor zijn risico kwam en dat de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden door hem niet te laten reageren op nieuwe feiten die ter zitting werden aangevoerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de rechtbank de staatssecretaris in de gelegenheid had moeten stellen om te reageren, bijvoorbeeld telefonisch, en dat het niet doen hiervan een schending van het hoor en wederhoor-beginsel betekende. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.