ECLI:NL:RVS:2020:1175
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onvoldoende gelegenheid tot indienen beroepsgronden in vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 9 maart 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de rechtbank de vreemdeling voldoende gelegenheid had geboden om zijn beroepsgronden in te dienen. De rechtbank had de beroepsgronden als te laat ingediend beschouwd en buiten beschouwing gelaten, omdat deze pas op 20 maart 2020 werden ingediend terwijl de rechtbank had verzocht om indienen vóór 18 maart 2020 17:00 uur.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onzorgvuldig was geweest in haar berichtgeving en dat het niet duidelijk was dat de beroepsgronden nog dezelfde dag ingediend moesten worden. Gezien de wettelijke beslistermijn van 21 dagen na ontvangst van het beroepschrift, was er voldoende tijd om de beroepsgronden op 20 maart in te dienen en alsnog te reageren. Daarom vernietigde de Raad van State het vonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank met de opdracht de beroepsgronden alsnog te beoordelen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling van de beroepsgronden.