ECLI:NL:RVS:2021:563
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering VOG-aanvraag voor chauffeurskaart wegens antecedenten
De minister van Justitie en Veiligheid weigerde op 11 oktober 2018 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor een chauffeurskaart vanwege geregistreerde strafbare feiten in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) binnen de terugkijktermijn van vijf jaar.
De feiten betroffen onder meer diefstal, een strafbeschikking wegens verlaten plaats ongeval, en een veroordeling voor meerdere delicten waaronder verduistering en heling. De minister paste de Beleidsregels VOG-NP-RP 2018 toe, waarbij eerst het objectieve criterium werd vastgesteld (belemmering voor behoorlijke functieuitoefening) en vervolgens het subjectieve criterium werd beoordeeld (belangenafweging).
Hoewel appellant aanvoerde dat het merendeel van de feiten als jeugdzondes moest worden gezien en dat hij gemotiveerd is om zijn leven te beteren, oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de minister terecht het belang van bescherming van de samenleving zwaarder heeft gewogen. De strafbare feiten waren deels gepleegd toen appellant meerderjarig was, en de terugkijktermijn was nog niet verstreken.
De Afdeling concludeerde dat de minister in redelijkheid kon besluiten geen VOG af te geven en bevestigde het eerdere vonnis van de rechtbank Rotterdam. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege strafbare feiten binnen de terugkijktermijn.