ECLI:NL:RVS:2021:58
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- B.P.M. van Ravels
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning demping sloot ondanks bezwaar vaarweggebruikers
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland verleende op 13 juli 2018 een vergunning aan een boomkwekerij voor het dempen van een sloot die het perceel doorsnijdt. De sloot wordt gebruikt door boten voor transport en rondvaarten, wat tot bezwaar leidde van een stichting en een andere appellant. Na eerdere weigering en heroverweging stelde het college dat een alternatieve vaarroute aanwezig was, waardoor de vergunning verenigbaar zou zijn met de doelstellingen van de Waterwet.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. Zij voerden aan dat de alternatieve vaarroute niet doorvaarbaar is vanwege privaatrechtelijke belemmeringen en onvoldoende afmetingen, en dat het college onvoldoende rekening hield met het begrip 'vaarsloot' en gemeentelijk beleid.
De Raad van State oordeelde dat privaatrechtelijke belemmeringen niet relevant zijn voor de vergunningverlening, dat de alternatieve vaarroute voldoet aan de minimale diepte en breedte volgens de vergunning en legger, en dat het college terecht rekening hield met de maatschappelijke functie van de vaarweg. Ook het ontbreken van een actuele vaarverordening en het vaarwegbeheer-vacuüm rechtvaardigen geen andere uitkomst. De hoger beroepen zijn ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunningverlening voor het dempen van de sloot en verklaart het hoger beroep ongegrond.