ECLI:NL:RVS:2021:60
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen spoedeisende bestuursdwang wegens afvalstoffenverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 6 augustus 2019 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen en de kosten daarvan op appellante verhaald. Appellante maakte op 5 oktober 2019 bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar bij besluit van 30 december 2019 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn.
Appellante voerde aan dat de overschrijding verschoonbaar was vanwege een burn-out, waardoor zij niet in staat was het bezwaar tijdig in te dienen en geen derde kon inschakelen om dit namens haar te doen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van appellante behoorde om een derde in te schakelen bij afwezigheid of ziekte, en dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat dit niet mogelijk was.
De Afdeling concludeerde dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk had verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn is ongegrond verklaard.