ECLI:NL:RVS:2018:1372
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen terugvordering huurtoeslag wegens termijnoverschrijding
Appellante ontving in 2014 en 2015 voorschotten huurtoeslag die door de Belastingdienst/Toeslagen definitief op nihil zijn gesteld en teruggevorderd. Haar bezwaren tegen deze besluiten werden door de Belastingdienst niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkheid.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar ernstige psychische toestand, waaronder gedwongen opnames in 2016, maakte dat zij niet tijdig bezwaar kon maken. Zij overlegde hiervoor medische stukken en een aanvraag voor een voorwaardelijke machtiging. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat appellante gedurende de bezwaartermijn wel in staat was contact te leggen met de gemeente en dat het haar eigen verantwoordelijkheid was om, ook bij ziekte, een derde in te schakelen om tijdig bezwaar te maken.
De Afdeling concludeerde dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding zoals bedoeld in artikel 6:11 Awb Pro. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.