ECLI:NL:RVS:2021:606
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit beëindiging bewoning arbeidsmigranten vakantiepark Prinsenmeer
Het college van burgemeester en wethouders van Asten heeft bij besluit van 1 maart 2019 Oostappen Vakantiepark Prinsenmeer B.V. gelast om de bewoning door arbeidsmigranten op het vakantiepark te beëindigen, omdat deze in strijd is met het bestemmingsplan "Ommel, recreatiepark Prinsenmeer 2017". Bij niet-naleving is een dwangsom opgelegd. Oostappen maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het college bevoegd was op te treden en dat er geen concreet zicht op legalisatie van het gebruik bestond, aangezien de aanvraag voor een omgevingsvergunning was ingetrokken en er geen nieuwe aanvraag ten tijde van het besluit lag. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de notitie huisvesting arbeidsmigranten 2009 geen planologische toestemming gaf en de onderhandelingen met het college geen gerechtvaardigde verwachting schepten dat een vergunning zou worden verleend.
Ook het betoog dat handhaving onevenredig zou zijn vanwege het ontbreken van alternatieve huisvesting voor circa 300 arbeidsmigranten werd verworpen, omdat Oostappen dit niet met objectieve gegevens onderbouwde. Het belang van het college bij handhaving woog zwaarder dan het belang van Oostappen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit wordt afgewezen.